Christoph Birkmann (librettist van cantates 1725-1727)

In 2015 onderzocht Christine Blanken van het Bach-Archiv Leipzig1 het leven van Christoph Birkmann (1703-1771), een predikant afkomstig van en actief in Nürnberg. Via een autobiografische notitie was het bekend dat hij in Leipzig bij Bach had gemusiceerd. Zij wilde wel eens kijken of er nog meer te vinden was. Hier eerst het citaat uit zijn autobiografische notitie “Ehren-denkmal” 1738, p. 22f”:

Weil bey M[agister]. Birnbaum einige Zeit im Hause war, bediente mich der schönen Gelegenheit, die sich wöchentlich in Red=Uebungen und Vertheidigung vermischter Sätze darbot, da es mich denn öfters traf, daß ex tempore peroriren muste. Von dem an, trieb die Theologie mit Ernst, hörte Pfeiffern, Carpzoven, Bernd, Sibern und andere berühmte Lehrer auf beeden Cathedern, versuchte auch ein paarmal zu predigen, stellte aber die fernere Uebung bis auf bequemere Zeit aus, und ließ mir in Exegesi sacra et dispositione textuum sacrorum Hoffmans und Tellers Anleitung gefallen, weil beyde nach Wunsch geniessen konnte. Dabey ließ ich doch die Musik nicht ganz liegen, sondern hielte mich fleißig zu dem grossen Meister, Herrn Director Bach und seinem Chor, besuchte auch im Winter die Collegia musica, und erlangte hiedurch Gelegenheit, etlichen Studiosis mit Hülfe der welschen Sprache weiter zu helfen.’ 
Hij zong/speelde dus mee bij de cantates etc. Het woord “Chor” betekent in dit verband, zoals trouwens ook elders: “groep zangers en instrumentisten die samenspelen”. twee-korig betekent dus niet “met twee koren” maar met twee groepen musici, beide bestaande uit zangers en instrumentisten.

En toen gebeurde het: Mw. Blanken ontdekte een boekje van hem in de bibliotheek van Nürnberg met de titel “GOtt-geheiligte Sabbaths-Zehnden” (1728) bevattende een volledige jaargang met cantateteksten, waarin een groot aantal teksten stonden van Bach-cantates waarvan tot dan toe de auteur ‘onbekend’ was (o.a. enkele dialoogcantates en het bekende Ich habe genung en Ich will den Kreuzstab gerne tragen). De grootste verrassing was echter dat het volledige libretto van de tweede versie van de Johannespassie uit 1725 in deze bundel stond. Volgens het voorwoord is Christoph Birkmann niet alleen de samensteller van de bundel, maar ook de auteur van een groot deel van de teksten.

Kortom: de moeite om iets meer over hem en dit boek te weten. (lees verder onder de afbeeldingen)

Christoph Birkmann (1703-1771) kwam uit een eenvoudig arbeiders gezin uit Neurenberg, maar dankzij het goede onderwijssysteem (Latijnse school) viel zijn begaafdheid (talen, wiskunde en muziek) al snel op. Terzijde: muzikale jongens van de Latijnse school = cantorij van de kerk. Religieus is het mlieu waarin hij opgroeide gekleurd door piëtistische theologen (universiteit Halle). Birkmann kon al snel z’n brood verdienen als (privé)leraar en kreeg voldoende aanbevelingen om zich in te schrijven (immatriculeren) aan de universiteit in Altdorf. In 1724 waagde hij volgende stap: naar de beroemde universiteit te Leipzig. In de herfst kwam hij aan, en bleef aldaar tot begin 1727. Volgens z’n levensbeschrijving kwam hij vooral naar Leipzig om natuurwetenschappen te studeren. Fysica en mathematica bij prof. Hauser (astronoom, electriciteit, naar Engeland geweest om Newtwon te ontmoeten). Birkmann schreef in 1726 een dissertatie over hoe je kunt berekenen hoe snel de zon om z’n eigen as roteert (gepubliceerd samen met Hauser). Onderwijl stortte hij zich in het cultuurleven. Hij woonde literaire avonden bij ten huize van professor retorica en poetica J.A Birnbaum, bij wie hij ook inwoonde (hij was nog steeds een arme student). Deze meneer Birnbaum ontpopt zich in de jaren 1730 als een vurige pleitbezorger van Bach en zijn muziek (tegen de aanvallen van J.A. Scheibe, die Bachs muziek nodeloos complex en achterhaald vond). Was er in die tijd misschien ook al contact tussen beide. In elk geval kende Birkmann Bach goed, want hij musiceerde mee met Bachs “koor” (cantates) en moet ook sowieso breed muzikaal begaafd zijn geweest, want hij was ook lid van collegia musica in Leipzig (niet officiële, maar wel semi-professionele muziekgroepen, o.a. rond de Universiteit. Bach nam in 1730 de leiding van één van deze gezelschappen op zich). Onder invloed van Birnbaum laat Birkmann zijn natuurwetenschappelijke carrière voor wat die is, en richt zich op de bijbelexegese en predikkunst. Dat schijnt ook financieel meer zekerheid te hebben geboden. Hij wil predikant worden. Begin 1727 verhuist hij naar Hersbruck (nabij Nurnberg) en wordt privéleraar en in 1731 eerst hulppredikant en dan eerste predikant in Nürnberg, waar hij blijft tot z’n overlijden in 1771. Naarmate hij ouder wordt, komt z’n piëtistische aard steeds nadrukkelijker naar voren. In de Leipzigse tijd was dat nog eerdere een ‘accent’.

Terzake: Na zijn vertrek en voor zijn ambtsinzegening publiceert hij in 1728 de libretti van een jaargang met cantates GOtt-geheiligte Sabbaths-Zehnden” (Aan God gewijde zondagse tienden, bestaande uit geestelijke cantates voor alle hoge feest- en zondagen, opgedragen aan de kerkgemeente te Hersbruck tot een godzalige vroomheidsoefening … door Christoph Birckmann, kandidaat voor het predikambt, gedrukt in Neurenberg door Lorenz Bieling“). Het voorwoord hiervan en zijn autobiografie geven een zeldzaam inzicht in hoe deze cantates tot zijn gekomen, uitgevoerd en bewerkt. Ze tonen en passant ook het belang aan van de studenten in Leipzig voor de uitvoering van de kerkmuziek van Bach. Birkmann werkte met Bach aan het herzien van oudere libretti (waarschijnlijkuit Weimar, maar ook vroege versies van Picander zijn in deze bundel te vinden). Ook schreef hij zelf een hele serie cantateteksten (vaak in de ‘eerste persoon’, en/of dialoogcantates, die Bach in 1626 begint te componeren). Ook de tekst van de Johannes-Passion – versie 1725 – staat in deze verzameling. Hoewel het niet altijd duidelijk is wat bewerking is en wat eigen teksten zijn, ligt het gezien zijn evidente literaire begaafdheid en theologische kennis voor de hand de nieuwe teksten in de Johannespassie van 1725 aan hem toe te schrijven: 3 zeer expressieve aria’s. Zijn focus lag duidelijk op de doorleefde religieuze gevoelens, die in de tekst tot uitdrukking komen. Zijn poëtisch talent (en stijlbeheersing) is onmiskenbaar: beeldrijk, vloeiend en vormvast (hier het volledige libretto met vertaling van de Johannespassie uit 1725).

Dick Wursten

  1. [Christine Blanken: Christoph Birkmanns Kantatenzyklus „GOtt-geheiligte Sabbaths-Zehnden“ von 1728 und die Leipziger Kirchenmusik unter J. S. Bach in den Jahren 1724–1727 (Bach-Jahrbuch, 2015, p. 13–74.