
In 2015 kwam Christine Blanken van het Bach-Archiv Leipzig1 Christoph Birkmann (1703-1771) op het spoor omdat ze een uitgebreide autobiografische notitie van hem vond. Van deze predikant (afkomstig uit en later ook weer actief in Nürnberg) was bekend dat hij in Leipzig bij Bach had gemusiceerd. Zij ontdekte echter veel meer: een hele jaargang met cantateteksten van zijn hand. Maar eerst het citaat uit zijn autobiografische notitie “Ehren-denkmal” 1738, p. 22f”:
Weil bey M[agister]. Birnbaum einige Zeit im Hause war, bediente mich der schönen Gelegenheit, die sich wöchentlich in Red=Uebungen und Vertheidigung vermischter Sätze darbot, da es mich denn öfters traf, daß ex tempore peroriren muste. Von dem an, trieb die Theologie mit Ernst, hörte Pfeiffern, Carpzoven, Bernd, Sibern und andere berühmte Lehrer auf beeden Cathedern, versuchte auch ein paarmal zu predigen, stellte aber die fernere Uebung bis auf bequemere Zeit aus, und ließ mir in Exegesi sacra et dispositione textuum sacrorum Hoffmans und Tellers Anleitung gefallen, weil beyde nach Wunsch geniessen konnte. Dabey ließ ich doch die Musik nicht ganz liegen, sondern hielte mich fleißig zu dem grossen Meister, Herrn Director Bach und seinem Chor, besuchte auch im Winter die Collegia musica, und erlangte hiedurch Gelegenheit, etlichen Studiosis mit Hülfe der welschen Sprache weiter zu helfen.’
Christoph Birkmann zong/speelde dus mee bij de cantates (Het woord “Chor” betekent in dit verband, zoals trouwens ook elders: “groep zangers en instrumentisten die samenspelen”).
Maar goed, dit was al bekend. Het boekje van zijn hand dat ze in de bibliotheek van Nürnberg vond, getiteld “GOtt-geheiligte Sabbaths-Zehnden” (1728) was een nieuwe vondst, en een rijke!. Het bevatte een volledige jaargang met cantateteksten, waaronder een groot aantal teksten van Bach-cantates waarvan tot dan toe de auteur ‘onbekend‘ was (veel solo- en dialoogcantates, o.a. het bekende Ich habe genug en Ich will den Kreuzstab gerne tragen…). Hier het lijstje van de de Birkmann-subcyclus die loopt van eind oktober 1726 tot begin februari 1727 :

Tussen 5 januari en 2 februari staan er in de bundel van Birkmann nog 4 solo/dialoogcantates, waarvan geen muziek is overgeleverd. En er zijn voor die specifieke zondagen ook geen andere cantates van Bach’s hand. Dit suggereert dat het hier wel eens zou kunnen gaan om vier cantates van Bach, die hij wel degelijk gecomponeerd en uitgevoerd heeft, maar waarvan we – jammer genoeg – de muziek niet meer hebben.

De grootste verrassing was echter dat het volledige libretto van de tweede versie van de Johannespassie uit 1725 ook in deze bundel staat. In het voorwoord zegt Birkmann dat hij naast samensteller en bewerker, ook auteur is van de teksten. Het zou dus ook wel eens kunnen dat hij de leverancier is van de drie nieuwe aria’s in deze passie…
– Himmel reiße, Welt erbebe
– Zerschmettert mich, ihr Felsen, Bogen
– Ach windet euch nicht so, geplagte Seelen
Kortom: de moeite om iets meer over hem en dit boek te weten.
(lees verder onder de afbeelding van de titelpagina en het begin van de ‘Johannespassie’, die hier een oratorium genoemd wordt).


Christoph Birkmann (1703-1771) kwam uit een eenvoudig arbeidersgezin uit Neurenberg, maar dankzij het goede onderwijssysteem (eerst de Armen school (Diakonieschule), dan de Latijnse school) viel zijn begaafdheid (talen, wiskunde en muziek) al snel op. Terzijde: muzikale jongens van de Latijnse school = cantorij van de kerk. Wegens geen geld, is het duaal leren (werkstudent dus, al vanaf z’n tienerjaren). Anderen (bij)lesgeven dus, maar hij wilde leren, verder studeren. Hij kreeg steun, aanbevelingen en uitzicht op een ‘stipendium’ en schreef zich in 1723 in aan de universiteit van Altdorf (klein stadje, maar goed aangeschreven universiteit. Leibniz heeft er nog z’n titel behaald). Als multitalent kon hij moeilijk kiezen tussen zijn muzikale belangstelling (zanger, maar al snel ook componist), interesse voor talen (hij beheerst al snel de klassieke talen, plus Engels, Frans en Italiaans) en aanleg voor wiskunde. Als de toegezegde beurs wel erg karig uitvalt, waagt hij eind 1724 de sprong naar de grote stad: naar Leipzig en haar universiteit. Begin december 1724 arriveerde hij, zonder een cent op zak. Advent begint. Hij is nog net op tijd om Nun komm der Heiden Heiland, BWV 61, in de Thomaskerk mee te pikken). Tot september 1727 bleef hij in Leipzig. Hij schrijf zich net voor Kerstmis 1724 in en wordt student Fysica en Mathematica bij prof. Christian August Hauser (astronoom, later een autoriteit in de theorie en praktijk van de electriciteit — hij was in z’n jonge jaren nog naar Engeland getrokken om Newton te ontmoeten). Hausen wilde Birkmann graag houden, introduceerde hem in Dresden en Berlijn (observatorium), maar inmiddels had de retorica en de theologie hem te pakken. Dat hangt waarschijnlijk samen met het feit dat hij bevriend is geraakt Johann Abraham Birnbaum, quasi leeftijdgenoot, en op dat moment reeds een bevlogen jonge rhetorica-docent, fervent promotor van het Duits als literaire taal. De berooide student blijkt even later bij hem in te wonen. Birkmann stort zich in het muziekleven (wordt lid van meerdere collegia musica, schrijft hij) , en verdient bij door andere studenten lessen Italiaans te geven. Naast z’n officiële studie (natuurwetenschappen) woont hij al snel ook allerhande publieke en privé colleges bij in de retorica en de theologie. Met name dat laatste vak krijgt hem te pakken…
Wel publiceerde Hausen (praeses) met Birkmann (respondens) in 1726 een dissertatie “theoria solis motus circa axem propriam” (theorie over hoe de zon om haar eigen as beweegt): over hoe je met behulp van de observatie van zonnevlekken via een telescoop kunt berekenen hoe snel de zon om z’n eigen as draait, en welke hellingsgraad de zonne-as heeft (7.25 is de uitkomst van Hausen), publiekelijk verdedigd door Birkmann, met de geometrische tekeningen, en mathematische berekeningen erbij. Zie afbeelding.

Birnbaum (1702–1748) is maar een jaar ouder dan Christoph Birkmann, maar al bijna gesettled. Hij heeft in 1724 ius docendi verworven en is meteen gestart als privé-docent (tegen betaling): Collegia Privata. Met succes. In 1734 wordt hij professor rhetorica aan de universiteit… en ontpopt zich als een vurige pleitbezorger van Bach en zijn muziek (tegen de aanvallen van J.A. Scheibe, die Bachs muziek nodeloos complex en achterhaald vond). Je vraagt je af: was er wellicht voor die tijd ook al contact tussen Bach en Birnbaum? Christoph Birkmann kende Bach in elk geval persoonlijk, want hij musiceerde mee met Bachs “koor” (d.w.z. cantates) en moet sowieso breed muzikaal begaafd zijn geweest, want hij was ook lid van diverse collegia musica in Leipzig (niet officiële, maar wel semi-professionele muziekgroepen, o.a. rond de Universiteit. Bach nam in 1730 de leiding van één van deze gezelschappen op zich en musiceerde ermee in Café Zimmermann). Onder invloed van Birnbaum laat Birkmann zijn natuurwetenschappelijke carrière voor wat die is, en richt zich op de bijbelexegese en predikkunst. Dat schijnt ook financieel meer zekerheid te hebben geboden. Hij wil predikant worden. Begin 1727 verhuist hij naar Hersbruck (nabij Nurnberg) en wordt privéleraar en in 1731 eerst hulppredikant en later eerste predikant (senior Pastor) in Nürnberg, waar hij blijft tot z’n overlijden in 1771. Naarmate hij ouder wordt, komt z’n piëtistische aard steeds nadrukkelijker naar voren. In de Leipzigse tijd was dat nog eerder een ‘accent’.
Terzake: Na zijn vertrek en voor zijn ambtsinzegening publiceert hij in 1728 de libretti van een jaargang met cantates “GOtt-geheiligte Sabbaths-Zehnden” (Aan God gewijde zondagse tienden, bestaande uit geestelijke cantates voor alle hoge feest- en zondagen, opgedragen aan de kerkgemeente te Hersbruck tot een godzalige vroomheidsoefening … door Christoph Birckmann, kandidaat voor het predikambt, gedrukt in Neurenberg door Lorenz Bieling“). Het voorwoord hiervan en zijn autobiografie geven een zeldzaam inzicht in hoe deze cantates tot zijn gekomen, uitgevoerd en bewerkt. Ze tonen en passant ook het belang aan van de studenten in Leipzig voor de uitvoering van de kerkmuziek van Bach. Birkmann werkte met Bach aan het herzien van oudere libretti (waarschijnlijkuit Weimar, maar ook vroege versies van Picander zijn in deze bundel te vinden). Ook schreef hij zelf een hele serie cantateteksten (vaak in de ‘eerste persoon’, en/of dialoogcantates, die Bach in 1626 begint te componeren). Ook de tekst van de Johannes-Passion – versie 1725 – staat in deze verzameling. Hoewel het niet altijd duidelijk is wat bewerking is en wat eigen teksten zijn, is het gezien zijn evidente literaire begaafdheid en theologische kennis niet onmogelijk dat de nieuwe teksten in de Johannespassie van 1725 aan hem toe te schrijven zijn: 3 zeer expressieve aria’s. Zijn focus lag duidelijk op de doorleefde religieuze gevoelens, die in de tekst tot uitdrukking komen. Zijn poëtisch talent (en stijlbeheersing) is onmiskenbaar: beeldrijk, vloeiend en vormvast (hier het volledige libretto met vertaling van de Johannespassie uit 1725). Omdat deze datum echer wel zeer dicht ligt bij zijn aankomst in Leipzig (december 1724), dient hier echter met veel meer voorzichtigheid gesproken te worden dan bij de solo-dialoogcantates van oktober 1726 tot februari 1727, waar zijn auteurschap toch eigenlijk wel vaststaat.
maart 2026, Dick Wursten
